Tartaar van paprika met coquille ( 4 pers.)

1 teentje knoflook 1 el kappertjes
8 of 10 coquilles (2 p.p.) zonnebloemolie
3 rode, gele of oranje paprika’s 1 sjalotje
4 takjes tijm Zout, peper
2 takjes rozemarijn 1 citroen
olijfolie
Garnering: gemengde sla

 

extra: aluminiumolie, keukenpapier, citrusrasp

 

  1. Verwarm de oven op 180 ° Pel het teentje knoflook. Laat de coquilles afgedekt ontdooien.
  2. Leg de paprika’s, takjes tijm en rozemarijn in een ovenschaal. Sprenkel er olijfolie overheen en pers de knoflook erboven. vermeng goed. Laat de paprika’s 30 min. onafgedekt in de oven roosteren. Haal de schaal uit de oven en laat afgedekt nog 15 min. staan.
  3. Dep de kappertjes zeer goed droog met keukenpapier. Verwarm een laagje zonnebloemolie in een koekenpan en frituur de kappertjes tot ze opengaan. Laat ze op keukenpapier uitlekken en zet apart.
  4. Pel en snipper het sjalotje.
  5. Als de paprika’s een beetje zijn afgekoeld de steelaanzet en de zaadlijsten verwijderen. Trek het velletjes van de paprika en snijd de paprika’s in smalle reepjes en vervolgens in blokjes (brunoise). Meng het paprikavruchtvlees met de helft van het gesnipperde sjalotje. Maak op smaak met zout en peper. Rasp wat van de citroenschil en roer dit met ± 1 el citroensap door de olie in de schaal. Schenk de olie uit de schaal door een zeef in een kannetje. Maak met de olie, peper en zout de paprika op smaak.
  6. Verwarm 1 el zonnebloemolie in een koekenpan en bak de coquilles aan beide kanten 1 min.
  7. Zet een garneerring op een bordje. Schep de paprikatartaar erin en druk goed aan met de achterkant van een lepel. Verwijder de ring. Leg 2 coquilles op de tartaar, garneer met de kappertjes en wat gemengde sla. Schenk nog wat van de citroenolie over het gerecht.

You may also like...